Die eerste zin…

Die eerste zin

Is die eerste zin van een verhaal nou echt zo belangrijk? De meningen verschillen. De ene lezer zal altijd heel bewust de eerste zin proeven, terwijl de ander binnen no time al halverwege het eerste hoofdstuk is. Zelf zie ik de eerste zin als een nieuwe ontmoeting tussen lezer en schrijver. Hier wordt bepaald of de schrijver direct de aandacht trekt van de lezer. En dus probeer ik er iets bijzonders van te maken.

 

Niet zo heel spannend

Bij mij heeft het best even geduurd voordat ik het goed kon toepassen. Ik herinner me een live interview in een radioprogramma ter ere van mijn debuut. De presentator vraagt heel voorzichtig of ik die eerste zin bewust gekozen heb. Ik vertel enthousiast over het eerste hoofdstuk, dat écht heel spannend is…  Pas op de terugweg naar huis besef ik wat hij bedoelde: mijn eerste zin was niet zo sterk. En hij had gelijk.

 

Eerste indruk

Het is eigenlijk net als in de liefde: een eerste indruk maak je maar één keer. Een verkeerde start is dodelijk voor een geslaagde relatie. Iedereen herinnert zich altijd die eerste keer. Dus die móet goed zijn!  Maar… is dat echt zo? Stel dat ik net bij die eerste ontmoeting een gigantische flater bega, is een relatie dan sowieso kansloos? Draag ik die afgang de rest van je leven met me mee? Ik relativeer het allemaal liever. Want of je nou schrijver bent of dat je kennis maakt met nieuwe mensen, niet alles hangt af van die eerste zin.

 

Blokkeer niet

Een te grote lading op die eerste zin kan schrijvers beletten om te beginnen. Want het is toch die eerste zin die het eerst moet komen. Nou, laat ik dat idee dan maar direct om zeep helpen. Soms ontstaat die eerste zin pas na vele hoofdstukken schrijven. Misschien is het dus wel beter om eerst de sfeer van het verhaal te proeven? Dus mijn tip is: bewaar bij het schrijven de proloog (of het eerste hoofdstuk) lekker tot het laatst. Dan weet je hoe het voelt, en maak je geheid een spetterende eerste indruk.

 

Wil je meer weten over de opbouw van een verhaal?

Bij een schrijftraining leer je hoe je een verhaal moet opbouwen, en hoe je spanningsbogen gebruikt om structuur aan te brengen in een complexe constructie zoals een boek.
Meer details vind je onder Spannend Schrijven

 

Research doen gaat soms ver

Research doen gaat soms ver

Voor elk boek doe ik research. In mijn geval zeker belangrijk omdat mijn verhalen zich op de grens van fictie en waarheid afspelen. En dus moet alles kloppen; in ieder geval zo veel mogelijk. En dus ben ik vele uren aan het speuren naar informatie, koop ik boeken over het onderwerp, en maak afspraken met mensen die me meer kunnen vertellen.

 

Ik ga ver. Soms erg ver

Natuurlijk schrijf ik fictie, maar mijn verhalen moeten realistisch zijn omdat ze gebaseerd zijn op waargebeurde ervaringen. En om die waarheid zoveel mogelijk te benaderen ga ik best ver. Niet alleen technisch gezien, maar soms ook fysiek. Zo ben ik voor mijn boek De Babymakelaar zelf met de trein naar Poznan in Polen gereisd, heb daar in het natuurgebied rondgewandeld en heb er in gedachten het vervallen slot neergezet dat een grote rol speelt in het boek. Die sfeer proeven is voor mij erg belangrijk.

 

Valkuil

Sinds ik schrijftrainingen verzorg zie ik ook dat veel research doen een valkuil kan zijn. Niet alleen omdat het soms flink uit de klauwen loopt, en de start naar het daadwerkelijke schrijfproces hierdoor steeds uitgesteld wordt. Maar ook doordat beginnende schrijvers graag willen laten zien wat ze weten over het onderwerp. En dus volgen er vele alinea’s met informatie waar de lezer zich doorheen moet worstelen.

 

Minder is meer

Het is een bekende term in de schrijverswereld: minder is meer. Hoe krachtiger je tekst is, hoe meer je de lezer betrekt bij je verhaal. En natuurlijk wil je laten zien dat je heel veel afweet van je onderwerp. En natuurlijk vind jíj al die informatie belangrijk. Maar is het ook onontbeerlijk voor je verhaal? Kan de lezer zonder? Vaak wel. Zelf beschrijf ik maar een heel klein percentage van wat ik weet in het verhaal. De rest is vooral belangrijk voor jouzelf. Om je in te leven. Om de sfeer neer te kunnen zetten. Om die lezer vooral met vraagtekens te confronteren. Ga dus niet te ver! Want dan verdwaalt de lezer.

Hoe bouw je een boeiend personage

Mijn nieuwe personage
Nu ik begin aan een nieuw boek, mag ik weer lekker boetseren. Er moet een nieuw personage ontwikkeld worden. Heerlijk! Maar natuurlijk ook erg belangrijk. Want met deze persoon ga ik behoorlijk wat uurtjes doorbrengen. Sterker nog, ik ga in haar hoofd zitten, haar gedachten componeren, en haar emoties voelen alsof het de mijne zijn. She better be good!

 

Hoe kies je een goed personage?
Als je het jezelf makkelijk wilt maken dan kun je kiezen voor een personage dat heel erg op jouzelf lijkt. Je weet dan hoe zij reageert, waar ze bang voor is, en wat ze belangrijk vindt. Maar is dat wel slim? Meestal niet! Vaak is het beter om vanuit het verhaal te gaan denken. Welk karakter heb je nodig om het conflict aan te gaan dat jij als schrijver voor haar bedacht hebt?

Karaktertrek
Bijvoorbeeld: Een assertieve vrouw laat zich niet de les lezen door haar man. Die bijt van zich af en slaat om zich heen. Ze trapt op vele lange tenen en krijgt zelfs ruzie met haar beste vriendin als die voor de zoveelste keer te laat aan komt kakken voor een afspraak. Ruziënde vrouwen… een conflict is geboren. Kies je voor ditzelfde verhaal een vriendelijke vrouw als personage die iedereen in de watten wil leggen, dan krijg je als schrijver dit conflict nooit van de grond. Einde verhaal.

Uitvergroten
Kies dus voor een karaktereigenschap die je nodig hebt voor jouw plot. Heb je die eigenschap eenmaal gevonden, vergroot die dan eens lekker uit. De assertieve vrouw komt niet alleen voor zichzelf op, maar ze springt op de bres voor alle zwakkeren. En ze vecht tegen de top van Nederland om har recht te halen. Wedden dat ze binnen de kortste keren een heel leger vijanden om zich heen verzameld heeft? Dit brengt haarzelf flink in de problemen. Misschien is ze ineens haar leven niet meer zeker. Het conflict staat, en jouw personage krijgt het heel moeilijk. I love it!

Onsterfelijk
De basis van jouw personage lijkt klaar, maar er zijn natuurlijk heel veel assertieve vrouwen te bedenken. Dus als je wil dat jouw personage echt blijft hangen bij de lezer, bedenk dan iets eigens. Iets wat haar typeert. Dat mag een detail zijn, als het maar krachtig genoeg is om haar onsterfelijk te maken bij de lezer. Misschien iets om over na te denken: welk personage is jou bijgebleven? En waarom is dat?

 

Heb je meer informatie nodig voor het componeren van een boeiend personage, dan kan ik je helpen. Neem contact op dan kijk ik welke vorm het meest geschikt is

 

————

Marelle Boersma is auteur en schrijfdocent. Ze heeft inmiddels een heel rijtje thrillers geschreven die diverse prijzen gewonnen hebben, zoals de bestsellers NobodyIk volg je en Vals Alarm (ruim 100.000 exemplaren verkocht). Op dit moment schrijft Marelle aan een nieuwe reeks Ik-vertrek thrillers, waarvan Chateau de Provence, en Cia Sicilia al verschenen zijn

Marelle geeft diverse schrijftrainingen in binnen- en buitenland, waarbij ze zich ook richt op de toepassing van de schrijftechniek op jouw eigen verhaal. De schrijfweekenden in Nederland en schrijfvakanties in Portugal hebben in Schrijven Magazine een waardering van 9.1 gekregen.
Samen met Antoinette Kalkman heeft ze in juni 2018 de ThrillerAcademie opgericht, een schrijfschool die auteurs opleidt in alle facetten van het schrijversvak.

 

 

Conflict in een verhaal

Laat die motor ronken

Het conflict is de motor van een verhaal. Zonder conflict, valt er ook niets te winnen. Vergelijk het maar met een vakantie: als je niet weet wat je reisdoel is, waarom zou je dan op weg gaan? Ook al kun je nog zo mooi schrijven, en componeer je prachtige scenes met boeiende personages, zonder conflict komt het verhaal niet op gang.

 

Conflict is geen ruzie

Voor iedereen die nu denkt dat er alleen maar ruzies beschreven moeten worden: een conflict is echt iets anders. Sterker nog, een conflict kan zonder enige ruzie uitgevochten worden. Een conflict gaat meer over iets willen. Als je personage iets wil, dan zal hij zich er hard voor maken om dat te bereiken. En dan gaat je verhaal lopen. De reis start en dan heb je nog maar één taak als schrijver…

De gemene schrijver

Ja, als schrijver moet je wel enigszins gemeen zijn. Het enige wat je moet doen, is het jouw personage zo moeilijk mogelijk maken. Eigenlijk bestaat het schrijverschap uit slechts twee dingen.
1) je bedenkt een personage die heel graag iets wil bereiken
2) je maakt het haar/hem zo moeilijk mogelijk

Is schrijven simpel?

Ja, eigenlijk wel ;) Maar toch duiken er nog veel momenten op dat je als schrijver vastloopt. Ook ik heb in elk boek een moeilijk moment. Hoe moet ik verder? Waarom wordt het niet spannend? Zelf grijp ik dan terug op de techniek. En heel vaak zit het dan in het conflict. Mijn personage heeft meer in zijn mars, en ik heb dat even over het hoofd gezien. Heb ik dat eenmaal teruggevonden, dan ronkt het motortje weer lekker verder.

 

Wil je meer weten over schrijftechniek? Lees hier meer
Of neem contact op dan kijk ik welke vorm voor jou het meest geschikt is

 

————

Marelle Boersma is auteur en schrijfdocent. Ze heeft inmiddels een heel rijtje thrillers geschreven die diverse prijzen gewonnen hebben, zoals de bestsellers NobodyIk volg je en Vals Alarm (ruim 100.000 exemplaren verkocht). Op dit moment schrijft Marelle aan een nieuwe reeks Ik-vertrek thrillers, waarvan de eerste, Chateau de Provence, begin 2018 is verschenen.

Marelle geeft diverse schrijftrainingen in binnen- en buitenland, waarbij ze zich ook richt op de toepassing van de schrijftechniek op jouw eigen verhaal. De schrijfweekenden in Nederland en schrijfvakanties in Portugal hebben in Schrijven Magazine een waardering van 9.1 gekregen.
Samen met Antoinette Kalkman heeft ze in juni 2018 de ThrillerAcademie opgericht, een schrijfschool die auteurs opleidt in alle facetten van het schrijversvak.

 

Gunfactor in Boekenland

Voor ondernemers is de gunfactor een belangrijk begrip. Het is iets ongrijpbaars, maar toch kan het je bedrijf maken of breken. Wordt het succes je gegund, of niet? Je kunt de gunfactor vergroten door goed te luisteren naar je klant. Door iets voor hem te doen. En door vooral jezelf te blijven, authenticiteit is belangrijk om geloofwaardig te zijn. Maar hoe zit dat eigenlijk bij schrijvers?

Schrijvers zijn steeds meer ondernemers geworden. We runnen een bedrijf en leveren een product af, waarbij de lezers onze belangrijkste klanten zijn. Steeds meer schrijvers zijn op de sociale media te vinden. Sommige in volle overtuiging, andere ‘omdat het moet’. Zijn we op zoek naar die ongrijpbare gunfactor? Een enkeling blijft zich verzetten en sluit zich op in zijn werkkamer om dat Meesterwerk te creëren. Zelf vind ik het prettig om in contact te staan met mensen. En om van lezers te horen hoe een verhaal  is overgekomen. Daarom heb ik ruim drie jaar geleden een ambassadeursgroep opgezet. ‘Als je kunt delen, kun je vermenigvuldigen’, is hierbij mijn motto. Het is een groep enthousiaste lezers die hun ervaringen over mijn boeken met anderen delen. En ik deel mijn schrijfervaringen, mijn luisterend oor en mijn schrijfkennis met hen.

Mijn lezers leren me zo echt kennen, zien mijn drijfveren bij het schrijven, en vertrouwen me veel toe. Soms mailen ze welke verschrikkelijke dingen ze in hun leven hebben meegemaakt. Ze zijn blij dat ik luister naar hun verhalen. ‘Kun je daarover schrijven?’ wordt er dan gevraagd. Mijn boek ‘Vals Alarm’ is op deze manier ontstaan, en is dus gebaseerd op waargebeurde feiten. Ook ‘Moederziel’ is door contact met een van mijn ambassadeurs uitgediept.

Mijn nieuwe boek ‘Ik volg je’ gaat over stalken. En ook dit boek is gebaseerd op waargebeurde ervaringen van slachtoffers die hun verhaal met mij delen. Ze zitten zelf nog diep in de ellende en het helpt dat ze hun verhaal kunnen doen. Dat er iemand luistert. Ze vinden het fijn dat hun leed niet verborgen blijft, maar dat het verteld wordt. En opgeschreven, zodat anderen kunnen lezen wat er zomaar mis kan gaan in een leven. Ik hoop dat ik hen met mijn woorden kan helpen, want ik gun ze een mooier leven. En dan is er ineens niets meer ongrijpbaar aan die gunfactor.

 

Deze column schreef ik voor Azra

Met de billen bloot

Bang aangelegd ben ik niet. Ik schrijf graag over gevaarlijke mensen, spannende gebeurtenissen en enge ervaringen. Is er dan niets wat ik eng vind? Natuurlijk wel: opgesloten zitten. Het idee dat ik ergens vast zit, het gevoel dat ik niet zelf kan beslissen of ik weg kan, benauwt me. Ik zie graag licht en ruimte om me heen. Natuurlijk gebruik ik deze angst bij mijn schrijfwerk. Niet alleen in hoe ik woorden en zinnen aan elkaar puzzel, maar vooral ook bij hoe ik me als schrijver opstel.

De meeste mensen zien bij het woord ‘schrijver’ een stereotiep figuur voor zich: een warrige grijsaard die als kluizenaar opgesloten zit in zijn zolderkamer. Liefst ook nog worstelend achter een typemachine. Nou heb ik geen zolderkamer, dat scheelt. Maar daarnaast zou het me vreselijk benauwen. Hoe kun je schrijven over mensen als je van de buitenwereld afgesloten bent? Als je geen contact hebt? Mijn inspiratie zou spontaan opdrogen. Ik ben een mensenmens, sta graag in contact met mijn lezers, en ik besteed daar dan ook veel tijd aan. Graag zelfs.

Mijn creatieve brein – waar ik zelf soms erg moe van word – heeft weer iets nieuws bedacht. Want zelfs in mijn eentje schrijven aan een boek wilde ik eens anders aanpakken. En dus schrijf ik nu een interactieve thriller. Kijk, en dat is ineens doodeng. Want hoe moet dat als ik vastloop? Geef ik niet teveel spoilers weg? Verliezen mijn lezers de interesse niet bij een dusdanig lang traject? Eng dus.

Nou hou ik wel van een uitdaging en dus ga ik met de billen bloot. Ik post regelmatig polls waarin iedereen kan stemmen op een naam van een personage of de locatie waar het verhaal zich afspeelt. En ik stel vragen die allemaal een relatie hebben met mijn thriller. Wat zou jij doen als je na een etentje bij een vriend opgesloten blijkt te zijn in zijn huis? Dat soort vragen. In het begin hebben de lezers en ik elkaar wat aarzelend afgetast, maar nu loopt het als een trein. Er worden veel reacties geplaatst, waar ik inspiratie uithaal.

Toch is het een van de engste dingen om te ondernemen als schrijver, omdat publiekelijk op je bek gaan niet echt fijn is. Maar, zoals gezegd, gelukkig ben ik niet bang aangelegd. En die blote billen? Ach, die zijn sinds de 50 grijze tinten helemaal hot.

 

Op Eigen Kracht

Wat doe je als de problemen te groot worden? Als je niet weet hoe je verder moet? Dat er geen gat meer in die donkere wolk te vinden is. Kom je er dan nog op eigen kracht uit?

Sinds ik verhalen schrijf over misstanden, word ik regelmatig benaderd door mensen die zwaar in de problemen zitten. Een mail met een verhaal waar ik kippenvel van krijg. Een verleden wat diepe littekens heeft achtergelaten. En soms zitten ze nog middenin de ellende. Een schreeuw om hulp. Om aandacht. Of juist om lucht te vinden. En op dit soort momenten komt alles wat ik voel tijdens het schrijven van mijn boeken heel dichtbij. De woede, de verontwaardiging en het verdriet om een onvoorstelbaar leed. Maar hoe kan ik hen helpen?

Hun enige vraag is: zou je over dit probleem een boek kunnen schrijven, Marelle? Maar ik krijg te veel van dergelijke verzoeken. Ik blijf het bijzonder vinden dat deze vrouwen me in vertrouwen nemen. En natuurlijk wil ik helpen. De meeste mensen vinden het dan ook makkelijker om hulp te géven dan om het te vrágen. Dat bleek ook na het verschijnen van mijn boek over mantelzorg. Veel mensen nemen met liefde de zorg voor anderen op zich. Maar zelf om hulp vragen? Dat blijkt een taboe.

Regelmatig kom ik door mijn schrijfwerk prachtige initiatieven tegen. Zo bestaat er een organisatie die de ‘Eigen Kracht Centrale’ heet. Zij pakken problemen op een eigen manier aan. Ze organiseren besprekingen met familie en bekenden van de betreffende persoon om een toekomstplan te maken. Bij iedereen blijkt wel een sociaal vangnet aanwezig dat door deze groep geactiveerd wordt. Ze walsen vooral de hulpvraag- drempel plat. En dus ondersteun ik deze Eigen Kracht organisatie. Zij kunnen het leven weer lichter maken tot iemand het weer op eigen kracht aankan. Hoe mooi is dat?

 

Later als ik ziek ben

4 okt 2012
Iedereen is bezorgd over de zorg. Sommigen maken zich zelfs met recht kwaad op de steeds hogere kosten. Slechts een enkeling haalt haar schouders op. ‘Stress is ongezond’, zeggen die.

Na mijn vorige column regent het reacties, de één nog heftiger dan de ander. Chronisch zieke mensen worden dubbel gepakt. Het eigen risico wordt bijna verdubbeld, en van de kortingsactie van Menzis kunnen zieken geen gebruik maken. Deze mensen hebben vaak dure medicijnen zodat hun eigen risico – wie heeft die term bedacht? – al in januari volledig verbruikt is. Ze krijgen te maken met allerlei eigen bijdrages voor medicijnen of behandelingen. En soms zijn er wel medicijnen maar krijg je ze niet. Is dat eerlijk?

Gezond leven is geen garantie voor niet ziek worden. Als je pech hebt, krijg je – als een soort secondaire levensvoorwaarde – een chronische ziekte in je maag gesplitst. Soms zelfs op zeer jonge leeftijd. Doe het er maar mee. O ja, en betaal je dan ook die dure rekening nog even. Is het de bedoeling dat deze mensen zich schuldig moeten gaan voelen als ze ziek worden? Sorry, dat ik zoveel geld kost? En wat doe je dan met sporters die een blessure oplopen? Krijgen die hun zorg gratis? Het lijkt erop dat ik nu al moet gaan sparen voor later, als ik ziek ben.

Laten we eens gaan omdenken om dit probleem te lijf te gaan. Gezond is fijn, ziek is akelig. Betalen is akelig, besparen is fijn. Koppel nu eens de goede dingen aan elkaar, hoe logisch is het dan om te betalen als je ziek bent? Laten we voortaan dus betalen als we gezond mogen blijven, zodat de zieke mensen vrijgesteld worden van de hoge zorgkosten. Ik zou er heel wat geld voor over hebben om gezond te kunnen blijven, want als je ziek bent betaal je al een hoge rekening.

Fluitend schrijven

Columns en blogs schrijven zie ik als oefeningen. In 300 woorden een ontmoeting beschrijven. Of een verontwaardiging. Een situatie die opvallend genoemd kan worden, of die me juist opvalt omdat ik erover wil schrijven. Dat is het. Het zijn de gewone dingen, die je als schrijver mooier kunt maken. Een stukje fictie integreren, of de spotlight op iets kleins zetten. Zoiets.

Martin Bril was daar een ster in. Jaloersmakend goed. Op een bijzondere manier schreef hij over normale zaken. Hij liet ze opvallen, zodat ik de volgende keer dacht: ‘O ja.’ Ooit las ik in een interview – ik dacht in de Volkskrant – dat hij adviseerde om fluitend te schrijven. Dat heb ik in mijn oren geknoopt. Worstelen met woorden geeft geen vloeiende zinnen. Maar als je fluit… en schrijft… dan creeer je een mooie wereld.

Ik bedenk, dus het ontstaat

Een gouwe ouwe: febr 2010

Er zijn voelers, doeners en denkers. Ik behoor duidelijk tot de laatste categorie. Ik denk altijd. Soms wel eens te veel, soms te ver vooruit. Dat gebeurt gewoon en het is moeilijk dat denkproces te stoppen.

Hoe zit dat nu bij het schrijven? Vanaf het moment dat ik met mijn eerste boek begon, duiken er voortdurend thema’s in mijn hoofd op. Ik vind dat fantastisch. Ik heb ‘inspiratie’, zoals dat in schrijverstermen heet. Daarna begint bij mij een heel denkproces. Ik creëer verhaallijnen, personages worden geboren en ik voorzie allerlei spannende ontwikkelingen. Het nadenken over het plot blijft doorgaan tot de laatste zin is geschreven. Dus ik ben ook als schrijver een typische denker. Tenminste, dat dacht ik altijd.

Vlak voor het verschijnen van mijn thriller ‘Stil water’, een boek over de absurd hoge bonussen van topmanagers, gebeurt er iets opmerkelijks. Het verhaal draait om Rona, een vrouw bij wie een hersenbeschadiging wordt geconstateerd. Ik beschrijf wat dit voor impact heeft op haar leven. Op het moment dat ik de drukproeven moet doornemen, krijg ik het ontstellende bericht dat mijn zusje ziek is: ze heeft een hersentumor. De manier waarop ze met deze ziekte omgaat heeft beangstigend veel weg van Rona’s ervaringen. Ik merk dat mijn fantasiewereld zich vlecht in mijn persoonlijke leven. Ik durf niemand over deze bijna profetische waarnemingen te vertellen. Mijn leven staat al op losse schroeven en ik wil mijn controle niet nog meer kwijt raken. Maar er gebeurt nog meer. In de maand waarin ‘Stil water’ verschijnt, komt een topambtenaar in opspraak vanwege de gigantische bonus die hij opstrijkt. Zijn naam: M. Boersma, topmanager bij Essent. Bovendien spoelen er die zomer ook nog onverklaarbaar veel bruinvissen aan. Dit moet toch toeval zijn? Dan lees ik de recensie van Eric Herni, die het heeft over het ‘soms akelig actuele verhaal’. Hij heeft geen idee…

Als denker moet je soms zaken even parkeren. Maar in de jaren erna blijven nieuwe thema’s in mijn hoofd opduiken, die – een jaar na het opschrijven – weer blijken uit te komen. Het is verbijsterend. Zeker als in recensies woorden worden gebruikt als
– ‘zeer actuele thriller’
– ‘Boersma’s Complex zit de tijdgeest ongemakkelijk dicht op de huid…’
– ‘De schrijfster… ziet die (vraag) in de realiteit van alledag beantwoord worden.’
Wat is er aan de hand? Ik wil niet dat mijn verhalen uitkomen.

Maar ook een volgend boek zorgt weer voor parallellen met het feitelijke leven. Een reactie van een lezer: ‘Je loopt voor op de actualiteit. Best eng: wordt fictie werkelijkheid?’
Ik kan er bijna niet meer omheen dat ik méér heb dan slechts wat inspiratie. Natuurlijk wenst geen enkele vezel in mijn lijf dat een atleet door een speer getroffen werd, of dat een bekende topsporter op doping werd betrapt. Gelukkig is Simon Vroemen nu vrijgesproken, want het was net alsof ik hem op een of andere manier in mijn thriller had getrokken. Maar het blijft me intrigeren. Is het wel allemaal toeval?

Nu mijn nieuwe thriller ‘de Babymakelaar’ op het punt staat geboren te worden, vraag ik me af wat er gaat gebeuren. Ik wil niet dat onschuldige vrouwen de dood ingejaagd worden, dat mensen misleid worden en dat baby’s …
Ho, wacht even. Ik denk niet na! Natuurlijk kan dit allemaal gebeuren, maar het komt toch niet door mij? Of wel? Is het dan toch: ik bedenk, dus het ontstaat?

Ik wil hier niet meer over nadenken. Sommige dingen moet je accepteren in je leven. Een plaats geven die goed voelt. Ik besef dat mijn inspiratie gevoed wordt door mijn intuïtie. Daar kan ik als schrijver gebruik van maken. Ik kan thema’s aansnijden die verband houden met toekomstige ontwikkelingen, want dat heb ik tot nu toe elke keer gedaan. Ik bepaal toch niet wat er gaat gebeuren? Het is hooguit een soort voorvoelendheid van dingen die komen gaan.
Voelers, doeners en denkers. Ik moet hier nog even over nadenken, want, ben ik eigenlijk wel een denker? Het lijkt erop dat ik misschien toch meer een voeler ben, of zelfs een voorvoeler. Of denk ik dat nu alleen maar?

Nawoord: Nog geen jaar later in de krant: ‘Babyfabriek opgerold in Nigeria…’ Tja…