Het nieuwe schrijven

5 okt 2012
Ik ben een vreemde schrijver. Geen opgesloten kluizenaar, die in afzondering aan dat grote meesterwerk schrijft, zodat er Literatuur ontstaat, met de hoofdletter ‘L’. Ik heb juist betrokkenheid nodig, en mensen om me heen.

In allerlei interviews lees ik dat schrijvers zich het liefst afsluiten. Er is afzondering nodig op een zolderkamer, een vakantiehuis in the middle of nowhere of in een werkkamer met verschillende bureau’s. Dat klinkt goed. Interessant zelfs. Hoe kun je anders inspiratie vinden? Zeggen ze. Ik werk dus heel anders. Ik schrijf al jaren, mijn zevende boek verschijnt binnenkort. En mijn eerste boeken schreef ik terwijl mijn kinderen achter me in de kamer speelden. Nu die de deur uit zijn kan ik me compleet afsluiten van de wereld, maar dat wil ik niet. Ik wil juist contact. En dus vind ik mezelf vreemd. Ik ben geen schrijver met een hoofdletter ‘ S’ en ik ben vast niet interessant.

Maar nu mijn boeken steeds gretiger gelezen worden en de sterren in mooie vijftallen in mijn richting worden gestuurd, realiseer ik me dat ik vooral een ander type schrijver ben. Ik richt me op de mensen om me heen. Daar gebeurt het. Dat is het leven dat ik wil beschrijven. En tijdens mijn schrijfproces sta ik open voor alles wat met mijn boek te maken heeft. Als ik luister naar gesprekken leef ik op door nieuwe invallen. Overal zie ik associaties. Mensen zijn zo boeiend, dus ik kán en wíl niet anders dan betrokken worden bij hun leven. Ik noem het maar ‘het nieuwe schrijven’.

Het nieuwe schrijven is lekker open. Het past zo goed bij ‘de nieuwe wereld’ en ‘het nieuwe werken’. Minder individualistisch, meer op samenwerken gericht, en op het delen van kennis en informatie. Ik sluit me niet af van mensen, ik zoek ze juist op en wil contact. Het is een way of life geworden. Vandaar ook de onderwerpen van mijn boeken: De zwakkeren tegenover de hoge managers met hun vette bonussen; de ‘make over’- televisieprogramma’s die de maakbare schoonheid propageren, en de Jeugdzorg die slachtoffers maakt door onzorgvuldig werken. Mensen boeien me, en ze raken me.

Ik voel me lekker bij dit nieuwe schrijven. Als ik me af zou sluiten, zou mijn inspiratie opdrogen. En ikzelf als mens ook. Ik leef naar buiten toe, sta open voor contact, geniet van de groep ambassadeurs om me heen, van berichtjes via Facebook, houd Twitter in de peiling en geef graag workshops om mijn kennis te delen. En sinds deze zomer heb ik weer iets nieuws bedacht: The making of… een nieuwe thriller Deze nieuwe blogsite is een echte uitdaging om mijn innerlijke proces naar buiten te brengen zonder spoilers weg te geven. Het kan het contact met mijn lezers verstevigen. En het werkt nu al. ‘Zo gaat een boek nog meer voor me leven en ervaar ik het nog intenser’,  reageert Diane via Facebook. De betrokkenheid wordt vergroot, en ik kan prettiger werken. Op mijn nieuwe manier.

Boek zonder titel

28 juni 2102
Ik heb een probleem. Mijn nieuwe boek is al bijna af, maar over de titel pieker ik me suf. Niets lijkt goed te passen bij dit verhaal. Maar een boek zonder titel? Dat is onmogelijk.

Er heerst een soort bijgeloof onder schrijvers: noem nog geen titel voordat het boek geschreven en geaccepteerd is. Nou ben ik niet zo bijgelovig, maar bij mijn boeken ben ik wel voorzichtig. Op zich zou ik de titel van mijn zevende boek wel willen noemen, maar dat kan ik niet. Ik weet namelijk geen titel. Ja, dat klinkt misschien vreemd, maar echt, dit keer is de titel een probleem. Een goede titel is belangrijk, het vormt de ziel van het boek. Een titel moet prikkelen. En de lezer nieuwsgierig maken.

Normaal heb ik een werktitel die ik alleen maar aan een paar goede vrienden vertel. En aan de uitgeefster natuurlijk. Verder niemand. Net als bij de geboorte van een kind, hou ik die lekker voor mezelf. Het schrijft fijn als er een werktitel is. De titel ‘De Babymakelaar’ was zelfs al geboren voordat ik een woord geschreven had. Ik wist het thema, en de grote lijnen van mijn verhaal. Klaar. Bij ‘Vals Alarm’ was het ook al heel snel duidelijk. Maar dit keer is het dus totaal anders. Mijn boek is bijna af, maar mijn kind heeft nog geen naam. In de afgelopen maanden heb ik het liefkozend boek 7 genoemd, maar daarmee kan ik natuurlijk niet aan te komen.

Nu begint de tijd te dringen. Er moet een titel komen. En dus heb ik samen met mijn maatje uren gepiekerd, alle mogelijke verbasteringen van het hoofdthema gemaakt, metaforen bedacht en woordspelingen geconstrueerd, woorden geplakt, doormidden gesneden of verminkt, maar een ijzersterke titel bleef onvindbaar. We werden flauw en nog flauwer. Soms nodig voor een goed creatief proces, maar niets hielp. Het bleef een boek zonder titel. Tot eindelijk… ik geef het toe, ik heb hem niet zelf bedacht, maar deze titel is goed. En hij wordt steeds beter. En ’s avonds wisten we: dit is ’m. Boek 7 heeft een echte naam gekregen. Een prachtnaam zelfs. Eentje met een mooie dubbele betekenis. Al een beetje nieuwsgierig?

Slechts zes woorden

april 2012
Er zijn heel veel mensen bezig met schrijven. Vaak ergens op een zolderkamer, zonder dat iemand het weet. Anderen bazuinen het rond alsof de uitgevers al in de rij staan. Het maakt niet uit. Schrijven is leuk! Maar hoeveel woorden heb je nodig om een verhaal te vertellen?

Regelmatig duiken de six word stories op. Vooral op twitter. In zes woorden een compleet verhaal vertellen lijkt onmogelijk. Dat is het natuurlijk ook. Maar de verbeelding prikkelen kan wel. Wat dacht je van: ‘Ik vond je vorige vrijgezellenfeest leuker’? Er wordt meer verteld dan ik in feite lees. Of deze: ‘Te koop: babyschoentjes. Nog nooit gedragen’. Het zijn woorden die van alles in me oproepen. Kijk, en dat is nou net de bedoeling van schrijven. Het maakt niet uit of het een compleet boek, een kort verhaal of een six word story is. Woorden verzinnen die beelden oproepen, daar gaat het om. Het is een kunst om zoveel te schrappen dat de lezer de ruimte krijgt om dingen in te vullen. Niet makkelijk.

Alles moet kort en snel. Niemand heeft tijd. Daarom zijn de six word stories zo leuk om te lezen. En om te schrijven. Het is een goede vingeroefening voor het grotere werk. Iedereen kan meedoen, want zes woorden zijn zo geschreven. Geen RSI-risico. Geen writersblock overwinnen. Geen zolderkamertje. En geen uitgever. Maar wel veel lezers! Dus wil je even een schrijfsprintje inlassen, schrijf dan slechts zes woorden. Weet je ook een leuke? Ik ben heel benieuwd!

stopwoordjes

april 2012
Een interview met een politicus, het praatje met de tuinman, kleppen met de buurvrouw, een vergadering met collega’s. Elk gesprek bevat stopwoordjes. Het is een leuke bezigheid om er op te letten. Zeker als het een saai gesprek of eindeloze vergadering is.

Er zijn een paar favorieten. Met stip op één staat ‘zeg maar’. Het is al een oude, die blijft hangen als ‘soort van’ – ja, nog zo één – hype. Daarnaast veelgebruikt: ‘super’. Ik gebruik dit supervaak om superleuke dingen aan te duiden. En om maar even bij mezelf te blijven, ik schijn ook vaak het woord ‘maar’ te gebruiken. Iemand noemde me een typisch wik-en-weeg-persoon. Ik beweer iets en ontkracht het meteen door het woord ‘maar’. Of, zoals ik het zelf uitleg: ik laat graag twee kanten van de zaak zien. Nu ik erop let, merk ik dat hij gelijk heeft. Ik slik vanaf nu veel ‘maren’ in.

Maar – ja, sorry, moest nog even – wat een besmetting lijkt dit: het nadenkwoord ‘uh’. Hoe vaak dat niet gebruikt wordt! Ik hoor geen zin waarin geen ‘uh’ voorkomt. Het is zelfs zo erg dat het middenin een woord gepropt moet worden, zonder enige…uh aarze…uh…ling. Alsof ze het complete woord vergeten zijn. Ik ben erop gaan letten en dan wordt het pas leuk. Er zijn een paar echte uh-toppers, vooral in de politiek. Ik heb nog nooit zó goed geluisterd, en nog nooit zó veel lol gehad om hun uitspraken. ‘Uh’ of ‘zeg maar’. Gebruikt iedereen dezelfde stopwoordjes of zijn ze sterk persoonsgebonden? Of heb jij misschien een hele speciale?

Bestseller of e-seller

april 2012
Elke woensdag is het raak: de bestseller top 60 van het cpnb wordt bekendgemaakt. De top 10 uit deze lijst krijgt veel publiciteit, waardoor deze boeken nóg beter verkopen. Daar moet je dus in zien te komen met je boek. En het liefst zo hoog mogelijk.

Maar hoe kom je in die lijst. En hoe wordt deze opgebouwd? Het gaat om het aantal boeken dat in die week bij de boekhandel over de toonbank is gegaan. Dus niet besteld via de uitgeverij, en niet via je eigen website. Alleen de toonbank van de boekhandel telt. En dan nog het belangrijkste: het gaat om een papieren boek.

Nog nooit is iemand daarover gevallen. Mooi dat er een top 60 bestaat. Maar nu het ebook een serieuze groep lezers trekt is het natuurlijk zeer de vraag of die lijst wel zo top is als hij klinkt. Want ebooks rekenen ze niet mee, terwijl ze allang meetellen in de boekenwereld. Sterker nog, de boekhandel heeft het ebook te lang genegeerd als onbeduidende partner.

Het mag geen geheim zijn dat mijn boeken het goed doen als ebook. Zelfs zo goed dat als er een besteller top 60 was geweest van ebooks, ik geheid in de top 10 had gestaan. Maanden stond Vals Alarm in de ebook top 5 van bol.com waarvan wekenlang ook nog eens op de eerste plek. Nu bijna vijf maanden na verschijnen staat mijn boek nog steeds op de 1e plaats bij de ebooks thrillers van bol. Maar dat telt dus niet mee voor die bestsellerlijst.

En nou zou het zo leuk zijn… Ja, je begrijpt het al. Natuurlijk wil ik in een top lijst. Het liefst ergens in die hoge regionen. Maar er ís geen E-seller lijst. Kijk, en dat snap ik dan niet. Is dat geen discriminatie? Lieve mensen van het cpnb: kom op met de E-lijst. Is dit geen goede naam? Dan denken we toch even mee. Wie helpt het cpnb aan een bestseller e-naam?

Papieren boek of ebook?

Deze blog schreef ik in juli 2011 voor de boekensite www.ezzulia.nl

Het ebook wordt steeds populairder. Eerst hoorde ik mensen zuchten: ‘maar dat papier ruikt zo lekker’. Nu kan niemand er meer onderuit: ebooks rukken op. Maar ik verzet me nog, ik ruik namelijk ook altijd aan een boek. Vooral als ik het 1e exemplaar van een boek van mezelf in handen krijg. Die ruikt namelijk nog net een stukje lekkerder.

De opmars van de digitale wereld in boekenland heeft wel een schaduwzijde. Steeds meer boekhandels sluiten hun deuren. Failliet. Lege schappen waar eerst een mooie voorraad boeken stond; de geur van drukinkt en vers papier verdwijnt in het stof. Het heeft niet alleen met de opkomst van de ebooks te maken. De consument is druk of lui en bestelt zijn boeken steeds vaker via internet. Bol.com loopt als een tierelier. Slimme boekhandelaren spelen daarop in. Ik krijg regelmatig mailtjes van o.a. Selexyz, of ik een link wil plaatsen, zodat mijn boeken direct via de site besteld kunnen worden. En dat doe ik… Winkels moeten dus creatief aan de bak. Klanten binden via de sociale media. En die gratis bezorging is natuurlijk top.

De echte boekhandel blijft voor mij een speciale plek. Ik kan me niet voorstellen dat de boekwinkels massaal zullen verdwijnen. Ik kijk een boek graag even in, snuffel er letterlijk en figuurlijk aan, en lees altijd een scène ergens halverwege. Een boek moet je voelen. Die digitale wereld is toch maar kil. Ik blijf de mooie goed gesorteerde boekwinkel dus trouw.

Maar het ebook is niet te stoppen in zijn opmars. Zeker in de vakantie is het een uitkomst om kilo’s boeken in één klein apparaatje te proppen. De ereader is dus handig. Toch blijven de uitgevers papieren boeken uitbrengen. Gelukkig wel. Ik wil straks mijn nieuwe boek weer in een papieren versie vasthouden. Want hoe moet het anders met de overhandiging van mijn 1e exemplaar?

Koop jij liever een papieren boek of ben je al overgestapt op het ebook? Ik ben benieuwd naar de discussie

Ik ben er stil van…

8 maart 2012
Deze week neemt een onbekende vrouw contact met me op. Ik ben natuurlijk makkelijk te vinden via de sociale media. Haar verhaal is schokkend, maar tegelijkertijd ook zo mooi.

Ik krijg een facebook bericht: een vrouw die slachtoffer is geworden van een vals alarm. Haar kind is onterecht uithuis geplaatst door Jeugdzorg. Leugens, bedreigingen en uitstel op uitstel. Een aangrijpend verhaal zoals ik er de laatste tijd al meer gekregen heb. Het is mooi dat ze me in vertrouwen neemt over een deel van haar leven dat zo schokkend is dat ze daar nog heel lang last van zal hebben. Ik ben er stil van…

Ze schrijft dat ze mijn boek Vals Alarm nu gebruikt in haar therapie. Dat het heel zwaar was om het te lezen, omdat het haar exact zo is overkomen. Dan krijg ik het grootste compliment dat ik als schrijfster kan ontvangen: ‘Ik wil u bedanken voor uw boek dat me helpt om mijn gevoel en angst te kunnen uiten”. In de mailwisseling die volgt vraagt ze me of er echt een groep moeders bestaat die elkaar helpen in een dergelijke noodsituatie. Ze zou graag andere mensen gaan helpen, omdat ze uit ervaring weet hoe eenzaam de weg is die ze moest bewandelen. Veel mensen weten niet dat een uithuisplaatsing ook onterecht kan plaatsvinden. Helaas moet ik haar bekennen dat ik dit vrouwennetwerk zelf bedacht heb. Dat stukje uit mijn boek is fictie. Tenminste, voor zover ik weet.

Het zit me niet lekker. In mijn hoofd speelt zich een gevecht af: hoe ver gaat mijn verantwoordelijkheid als schrijfster? Ik schrijf toch niet voor niets over verborgen leed in de samenleving? Ik wil niet zwijgen over dit soort zaken. Schrijvers kunnen voor maatschappelijke veranderingen zorgen. Dat is wel vaker gebeurd. En dus maak ik gebruik van twitter. Ik vraag of iemand een dergelijke organisatie kent. Mijn bericht wordt meerdere keren geretweet, o.a. door de bestuursvoorzitter van Jeugdzorg Amsterdam.

Binnen een uur heb ik verschillende reacties binnen. Waarvan eentje van het Oudernetwerk Gelderland. Zij ondersteunen jongeren en ouders die te maken hebben met Jeugdzorg. En er is al uitbreiding naar de andere provincies. Wat mooi! Mijn zelfbedachte netwerk bestaat gewoon. Vanmiddag heb ik een afspraak met de vrouw achter deze organisatie. En natuurlijk neem ik een exemplaar van mijn boek mee. Het vuurtje moet brandend blijven. Ik hoop dat dit verborgen leed ooit de politiek gaat bereiken. Dan pas kan er echt wat aan gedaan worden. Dus spread the news! Doen we dat via de sociale media? Of hebben jullie een beter idee?