Ik bedenk, dus het ontstaat

Een gouwe ouwe: febr 2010

Er zijn voelers, doeners en denkers. Ik behoor duidelijk tot de laatste categorie. Ik denk altijd. Soms wel eens te veel, soms te ver vooruit. Dat gebeurt gewoon en het is moeilijk dat denkproces te stoppen.

Hoe zit dat nu bij het schrijven? Vanaf het moment dat ik met mijn eerste boek begon, duiken er voortdurend thema’s in mijn hoofd op. Ik vind dat fantastisch. Ik heb ‘inspiratie’, zoals dat in schrijverstermen heet. Daarna begint bij mij een heel denkproces. Ik creëer verhaallijnen, personages worden geboren en ik voorzie allerlei spannende ontwikkelingen. Het nadenken over het plot blijft doorgaan tot de laatste zin is geschreven. Dus ik ben ook als schrijver een typische denker. Tenminste, dat dacht ik altijd.

Vlak voor het verschijnen van mijn thriller ‘Stil water’, een boek over de absurd hoge bonussen van topmanagers, gebeurt er iets opmerkelijks. Het verhaal draait om Rona, een vrouw bij wie een hersenbeschadiging wordt geconstateerd. Ik beschrijf wat dit voor impact heeft op haar leven. Op het moment dat ik de drukproeven moet doornemen, krijg ik het ontstellende bericht dat mijn zusje ziek is: ze heeft een hersentumor. De manier waarop ze met deze ziekte omgaat heeft beangstigend veel weg van Rona’s ervaringen. Ik merk dat mijn fantasiewereld zich vlecht in mijn persoonlijke leven. Ik durf niemand over deze bijna profetische waarnemingen te vertellen. Mijn leven staat al op losse schroeven en ik wil mijn controle niet nog meer kwijt raken. Maar er gebeurt nog meer. In de maand waarin ‘Stil water’ verschijnt, komt een topambtenaar in opspraak vanwege de gigantische bonus die hij opstrijkt. Zijn naam: M. Boersma, topmanager bij Essent. Bovendien spoelen er die zomer ook nog onverklaarbaar veel bruinvissen aan. Dit moet toch toeval zijn? Dan lees ik de recensie van Eric Herni, die het heeft over het ‘soms akelig actuele verhaal’. Hij heeft geen idee…

Als denker moet je soms zaken even parkeren. Maar in de jaren erna blijven nieuwe thema’s in mijn hoofd opduiken, die – een jaar na het opschrijven – weer blijken uit te komen. Het is verbijsterend. Zeker als in recensies woorden worden gebruikt als
– ‘zeer actuele thriller’
– ‘Boersma’s Complex zit de tijdgeest ongemakkelijk dicht op de huid…’
– ‘De schrijfster… ziet die (vraag) in de realiteit van alledag beantwoord worden.’
Wat is er aan de hand? Ik wil niet dat mijn verhalen uitkomen.

Maar ook een volgend boek zorgt weer voor parallellen met het feitelijke leven. Een reactie van een lezer: ‘Je loopt voor op de actualiteit. Best eng: wordt fictie werkelijkheid?’
Ik kan er bijna niet meer omheen dat ik méér heb dan slechts wat inspiratie. Natuurlijk wenst geen enkele vezel in mijn lijf dat een atleet door een speer getroffen werd, of dat een bekende topsporter op doping werd betrapt. Gelukkig is Simon Vroemen nu vrijgesproken, want het was net alsof ik hem op een of andere manier in mijn thriller had getrokken. Maar het blijft me intrigeren. Is het wel allemaal toeval?

Nu mijn nieuwe thriller ‘de Babymakelaar’ op het punt staat geboren te worden, vraag ik me af wat er gaat gebeuren. Ik wil niet dat onschuldige vrouwen de dood ingejaagd worden, dat mensen misleid worden en dat baby’s …
Ho, wacht even. Ik denk niet na! Natuurlijk kan dit allemaal gebeuren, maar het komt toch niet door mij? Of wel? Is het dan toch: ik bedenk, dus het ontstaat?

Ik wil hier niet meer over nadenken. Sommige dingen moet je accepteren in je leven. Een plaats geven die goed voelt. Ik besef dat mijn inspiratie gevoed wordt door mijn intuïtie. Daar kan ik als schrijver gebruik van maken. Ik kan thema’s aansnijden die verband houden met toekomstige ontwikkelingen, want dat heb ik tot nu toe elke keer gedaan. Ik bepaal toch niet wat er gaat gebeuren? Het is hooguit een soort voorvoelendheid van dingen die komen gaan.
Voelers, doeners en denkers. Ik moet hier nog even over nadenken, want, ben ik eigenlijk wel een denker? Het lijkt erop dat ik misschien toch meer een voeler ben, of zelfs een voorvoeler. Of denk ik dat nu alleen maar?

Nawoord: Nog geen jaar later in de krant: ‘Babyfabriek opgerold in Nigeria…’ Tja…

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *